Welkom » Balkan 2017 » Albanië

Gezellig het weekend overgestaan met Monique, Guus en kids op een camping aan de Albanese kant van het meer van Ohrid, bij Pogradec. Gelezen, Leo heeft Black Gammon geleerd en Laura een haakkunstje. En vooral veel gekletst! Heel relaxed allemaal.
Maandagochtend was het dan tijd voor het afscheid. Zij richting Nederland, wij richting Zuid-Albanië. We hebben het super gezellig gehad met elkaar en hopen elkaar in oktober thuis weer te zien.
Wij hadden een vreselijke route, dat wil zeggen: vreselijk slechte weg, vreselijke putten, vreselijke haarspeldbochten en vreselijk mooie vergezichten! Het ging niet echt snel, maar dat hoefde ook niet. 

O ja, het was ook nog vreselijk warm! Uiteindelijk kwamen we bij de grens naar Griekenland waar we een klein stukje doorheen moesten om op de goede route te komen naar de Albanese kust. Bij een grensovergangetje moesten we even zoeken naar personeel om onze paspoorten te laten zien. Dat vonden ze daar erg gezellig, we kregen niet de indruk dat er veel mensen langs kwamen!
In de buurt van Konitsa vonden we een prima camperplek, bij een hotel waar we gebruik konden maken van sanitair en zwembad. Eerst maar het stadje in voor inkopen. daar bleek de brandweer het druk te hebben, maar voor zover wij begrepen niet met bosbranden. We blijven het in de gaten houden, het is in veel landen een probleem.
Na de boodschappen heerlijk het zwembad in en daarna in de naastgelegen taverne heerlijk forel gegeten.
De volgende dag op advies van de hoteleigenaar, die enthousiast de regio promootte, naar een klooster vlakbij. Natuurlijk volgden wij de verkeerde bordjes en kwamen na een zenuwslopende route over een bergweggetje bij een klooster: gesloten! Op de terugweg zagen we de goede afslag. Laat maar, genoeg bochtjes gedraaid.
Daarna naar een watermolen. Daar hadden we toch een heel ander beeld bij. Het bleken twee houten kuipen te zijn waar met veel kracht water uit een hoger gelegen bron in kwam en al ronddraaiend weer verder stroomde. Van die enorme kracht werd gebruik gemaakt om er dekens, kleden en kussens in te gooien die op deze manier gewassen werden. Vanwege de kracht van het sneldraaiende water was het echt zwaar werk om de was er met haken weer uit te krijgen. Heel apart!
Tijd om terug te rijden naar Albanië, via een prima weg naar een grotere grensovergang. Duidelijk, daar stonden we een hele tijd in de rij eer we aan de beurt waren. Onderweg naar Sarandë zijn we nog even afgeslagen naar Syri i Kaltër ('Blue Eye') waar een bijzondere bron te zien is. In de bron zie je 'het blauwe oog', een karstverschijnsel. Van heel diep, men heeft gemeten dat het meer dan 53 meter moet zijn, spuit het water omhoog naar de oppervlakte, in diverse blauwtinten. Het water is superkoud, maar toch willen heel veel mensen even een duik nemen, precies in het gat. Volgens het boekje waar we de info in vonden zou er een serene rust heersen. Die konden we niet vinden, wat een drukte was het daar. Een gaan en komen van auto's over een onverharde, slechte weg, dat was manoeuvreren met de camper.

Bij Sarandë de kustweg gevolgd, met heel veel bochten en prachtige vergezichten over zee, en zo kwamen we op een camping bij Himarë, even onder Vlorë. Heel veel campings op een rij, heel veel vakantiegangers: zo'n drukte hadden we niet verwacht. Camping Kranea is maar een kleine camping met 25 plaatsen, en wij hadden de laatste!
Dan ben je moe van de reis, en nog veel meer van de warmte, het is al dagen rond 38 graden, en dan ben je niet blij met de drukte en het lawaai.
Na een nachtje lekker slapen 's morgens naar het strand in de hoop op een windje aan zee. En dan ziet de wereld er meteen anders uit! Fantastisch, ligbedden met een parasol, heerlijke temperatuur zeewater en kraakhelder. Na een paar meter kon je er al niet meer staan, zo diep, maar het kostte geen enkele moeite om je er meteen maar in te laten vallen. En zo werd het een gevarieerd dagje: liggen op een bedje, liggen in het water: helemaal goed!

Via de kustweg, genietend van de prachtige vergezichten en over de Llogara-pas (beroemd en berucht om z'n haarspeldbochten) reden we verder, op weg naar Berat. Daar stonden op de camping onze derde zoon met vrouw en dochters, degene die ons warm gemaakt had voor deze reis. De meiden stonden ons aan de weg al op te wachten, gezellig om zo te arriveren. En het werd nog leuker, want we hadden de camper nog niet geparkeerd of de campingbeheerster kwam langs met twee glazen Frappè, ijskoffie. Leo heeft het geluk dat ik dat niet lust, dus die had er lekker twee. Hij blij!


Na een hele tijd bijkletsen zijn we naar Berat gereden om daar wat rond te lopen en te eten. Het is een bijzonder stadje dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Berat is gebouwd tegen een heuvel en alle huizen zijn wit met opvallende ramen aan de voorkant. Het was er heel druk, ellemaal flanerende mensen en volle terrasjes. Uiteindelijk toch een plekje gevonden.
Vrijdag de verjaardagen van zoon en 2 kleindochters gevierd met een lekker stuk watermeloen met kaarsjes en appeltaartwafels. En cadeautjes natuurlijk! Verder de hele dag niets gedaan: 42 graden, dan laat je het wel om iets te doen. Alweer Frappè, blijkt een dagelijkse traktatie te zijn op deze (kleine) familiecamping. Verder vooral gedronken! 's Nachts om 12 uur was het in de camper nog 30 graden. Diverse andere campinggasten zijn buiten in het gras gaan slapen.
De volgende morgen zijn de anderen vast naar de kust gegaan, maar omdat we zondagochtend in Musqeta wilden zijn voor een kerkdienst, hebben wij besloten vast die kant op te gaan. Eerst langs de Banjë Dam, een grote stuwdam in een meer ten zuiden van Elbasan. Gigantische dam met een soort mega-grote glijbanen waar het water doorkomt als het water in het meer te hoog wordt. Bij het meer hebben we genoten van de prachtige natuur, wat een geweldig uitzicht. En een lekker windje!
Langs het meer weer terug gereden richting Elbasan via een stukje snelweg in de hoop dat we daar ergens konden tanken met de creditcard en ja, gelukt, na diverse keren nee. Dus we hoefden de stad niet in om te gaan pinnen en konden meteen richting Tirana via de oude weg, de SH3. Volgens ons boek een uitdaging!
Inderdaad flink stijgen en slingeren, maar nergens een probleem. Blij met de sterke Renault-motor! Wat een prachtige route weer. Op sommige stukken was zowel links als recht de afgrond zodat we aan beide kanten konden genieten van de bergen. Het was er ook heel rustig omdat de meeste mensen nu gebruik maken van de nieuwe weg met tunnels die in het dal blijft. Diverse leegstaande restaurantjes langs de weg. Net voor we naar beneden reden zagen we stukken bos branden. Er stond een politiewagen die de situatie in de gaten hield. Toch eng! In Musqeta zochten we een plekje om de camper te parkeren voor een overnachting, maar dat kon alleen langs een drukke weg, dus even doorgereden. Bij Ibë vonden we het Palma-Nova hotel, met restaurantjes, zwembad en speeltuin. En een hele grote lege parkeerplaats! Even toestemming gevraagd en we mochten er staan. 's Avonds daar heerlijk gegeten en vroeg naar bed. Het was inmiddels iets minder warm en we hoopten op een goede nachtrust. Helaas! Het begon al snel te onweren en af en toe echt heel hard, soms vergezeld van flinke regen, dat was dan wel weer fijn, maar het slaapt niet rustig. Tel daarbij nog zes vechtende en blaffende zwerfhonden.......Grrrrrr!


Zondagochtend op zoek naar de kerk. Ondanks coördinaten (plaats- en straatnaambordjes ontbreken meestal) drie keer moeten keren op een drukke weg, toen de camper maar geparkeerd en ging Leo lopend op zoek. Terwijl ik stond te wachten bij de camper stopte er een auto met een Nederlands gezin. Ze zagen ons kenteken en begonnen een praatje. Ik vertelde dat we op zoek waren naar een kerk. En ja, natuurlijk, we stonden er pal voor. Het is ook lastig zoeken: geen straatnamen, geen huisnummers, gebouw niet herkenbaar als kerk, zelfs de naam van het dorp stond niet aangegeven. Na even wachten kwam de rest van de familie er ook aan, die vonden het makkelijk dankzij onze camper. Zij hadden er twee uur over gedaan om er te komen, goed dat wij een dag eerder al gearriveerd waren. Met de camper duurt het nog langer.

We werden heel hartelijk ontvangen door Maarten en Gerdien Blom, het echtpaar dat daar zendingswerk doet, uitgezonden door de GZB. Er waren nog meer Nederlandse gasten zodoende waren wij in de meerderheid, want jammer genoeg nemen de meeste Albanezen in de vakantietijd ook vakantie van de kerkdiensten. (Moeten we nog even veranderen, aldus Gerdien;)) Het was bijzonder om deze kerkdienst mee te maken. Maarten leidde de dienst in het Albanees en Gerdien vertaalde. Zodoende konden we het toch volgen, hoewel het zingen natuurlijk wat lastiger was! Na de dienst was er koffie en werd er gezellig contact gemaakt terwijl de Nederlandse kinderen de Albanese kinderen leerden 'touwtje springen'. Later in de week komen we nog op bezoek bij het zendingsechtpaar om te praten over hun werk en projecten. 

De tussenliggende dagen heerlijk op een camping aan de kust gestaan bij Kavajë, met de camperneus aan het strand, super! Wel waaide het er erg hard, maar de temperatuur was gedaald naar ongeveer 30 graden, niets mis mee! Er waren dankzij de wind flinke golven en je kon een heel eind de zee in lopen zonder dat het diep werd. Gewoon lopend naar Italië, zeg maar. We hebben er heerlijk met (klein)kinderen van genoten.


Na twee dagen terug naar Tirana, waar we bij hotel Baron de camper op de parkeerplaats kwijt konden. Het gezin van onze zoon had er twee kamers besproken, zo stonden we toch weer gezellig bij elkaar. Aan het einde van de middag gezamenlijk met de bus naar het centrum van de stad gegaan waar we een flinke wandeling gemaakt hebben. Het grote plein met de vele fonteinen, de moskee en de opera waren het bezoek waard. Regeringsgebouwen en diverse standbeelden bekeken, een lekker ijsje gegeten, we vermaakten ons prima. Uiteindelijk met zere voeten weer terug met de bus en in het hotel gegeten.

De volgende morgen na een ontbijt in het hotel werden we door Maarten opgehaald om bij hen thuis een bezoekje te brengen. Wij gingen met de camper, wat mogelijk zou moeten zijn. Tot onze schrik kwamen we in een nauw, dalend en doodlopend straatje! Er in ging wel, er uit een stuk lastiger. We hebben er gezellig geluncht, zij hebben veel verteld over hun werk en hun leven daar. Naast het opstarten van een kerkelijke gemeente heeft Gerdien een vrouwenproject opgezet om vrouwen de kans te geven om voor een inkomen te zorgen. Naast het leren naaien van kleding, waar we een flinke voorraad lappen stof voor mee genomen hadden, worden er ook souvenirs en kraamcadeautjes gemaakt. Die kregen we te zien en we hebben natuurlijk ook e.e.a. gekocht. Ook kregen we een paar dozen mee om naar Nederland te vervoeren, glazen potten die te kwetsbaar zijn om te versturen. In Nederland worden de gemaakte spullen op braderieën verkocht. De vrouwen die dat alles maken worden betaald met boodschappen want ook in Albanië is men bekend met alcoholproblematiek. Helaas was het niet mogelijk om bij het project te kijken omdat dat één dag per week draait en wij dan al weer weg zijn.


Na een heel gedoe om de camper weer op de doorgaande weg te krijgen hebben we van iedereen afscheid genomen, ook van de (klein)kinderen. Zij zouden de volgende dag richting Nederland vertrekken, wij gaan onze reis verder voortzetten.
Via Tirana naar een Nederlandse camping in Barbullush. Een flinke camping met een heerlijk zwembad, mooi gras en goed sanitair. En alle ruimte van de wereld want er stonden maar een paar mensen. Alleen jammer dat er alweer een trouwerij was: de hele avond tot diep in de nacht keiharde muziek vanuit het verderop gelegen dorp.
In het mooie gras stonden ook klaver en bloemetjes, wat weer zorgde voor vliegen, muggen en bijen en dat was weer prima voer voor de ontelbare zwaluwen! Ze vlogen heen en weer net boven het maaiveld en het was prachtig om te zien hoe snel en wendbaar deze vogels zijn. Soms gingen ze rakelings langs ons heen, vermakelijk om naar te kijken.


Na een dagje camping lag de was weer schoon in de kast en vertrokken we naar Koman aan het gelijknamige meer. Onderweg boodschappen gedaan in een dorpje en daar vroeg een meneer om een lift richting Koman. Dat vonden we geen probleem maar toen liep hij nog even weg om terug te komen met drie grote volle plastic zakken die mee moesten. In Afrika zijn we gewaarschuwd om geen lifters mee te nemen, voor je het weet heb je een geit (eventueel in stukken) in je camper! Gelukkig viel het wel mee, er bewoog en rook niets! De man zag gewoon zijn kans schoon om eens in een camper te rijden!
Nu is het algemeen bekend dat er goede wegen zijn en slechte wegen. Er zijn ook heel slechte wegen. En je hebt de weg naar Koman! Putten, hobbels, stukken weg weg, keien: het was er allemaal. We hebben maar weer eens het grapje van Botswana van stal gehaald: als je oortjes boven het wegdek uit ziet komen zijn die niet van een konijn maar van een ezel! Geen tijd om van het uitzicht te genieten, samen geconcentreerd naar de weg kijken: pas op: hobbel, pas op, put-:(
Aangekomen bij Koman bleek de camping de naam niet waard maar we konden er staan en gelukkig hebben we zelf een toilet. Het was een soort parkeerplaats onder een brug en waar je soms daklozen ziet zijn daar een paar muren neergezet en was het een hotel annex restaurant annex toiletgebouw annex receptie. Toen we er eenmaal aan gewend waren had het ook wel wat!
De volgende ochtend waanden we ons helemaal weer in Afrika toen we aan boord moesten van een boot om een tocht over het meer te maken. Onze bedoeling was om de camper mee te nemen, aan de andere kant te overnachten en dan weer terug. Helaas was er geen plaats meer voor de camper, we vonden het bij nader inzien ook veel te duur en vandaar dat we te voet op één dag heen en weer zijn gegaan gaan. Wat waren we blij dat we de camper niet mee hadden, wat een ongelofelijke chaos bij het laden van de diverse boten. Het was zelfs zo krap dat één auto met de hand op zijn plekje geschoven werd en de laatste auto op 'onze' boot kon er eigenlijk niet meer bij, die moest op de klep blijven staan en die klep ging dus niet dicht. Gauw even rondgekeken naar zwemvesten: goed opgeborgen, niet te zien. Gelukkig was de lange kloof niet zo breed, in geval van nood zouden we de wal wel kunnen bereiken. Zo hebben we onszelf gerustgesteld. De tweede boot, die tegelijk met ons vertrok, zat nog voller, het leken wel bootvluchtelingen.
De tocht over het meer, door indrukwekkende kloven, was prachtig, maar heel lang. In plaats van de 2.5 uur die gezegd was duurde de heenreis 3.5 uur tot Fierzë. Daar gingen de auto's van boord en toen bleek dat de nieuwaangelegde kade nog niet klaar was: er werd nog gauw even grind op gegooid en aangeharkt. De eerste auto moest achteruit de wal op en slipte op het losse grind waardoor hij niet verder kwam. Met vereende krachten werd hij achteruit naar boven geduwd en ook de volgende auto's kwamen op deze manier op vaste grond. Zo dankbaar dat we de camper niet mee hadden! Door alle toestanden hadden we maar een half uurtje pauze voor koffie voor de boot weer vertrok. Tel daarbij nog even dat het heel heet was, dat we op oncomfortabele houten banken zaten en dat totaal 7 uur: versleten waren we! Op de terugreis genoot er niemand meer van de omgeving, iedereen hing maar wat, en zat te dutten. Jammer!
Terug bij de camper besloten we om toch meteen te vertrekken hoewel het al half vijf was. Weer die vreselijke weg uit, nu was het Leo's beurt. Dertig kilometers kunnen zo heel lang duren. De camper maar eens een spiegelklopje geven en z'n voorruitje wassen; heeft'ie wel verdiend, de kanjer!

Daarna ging het beter en om 7 uur arriveerden we op Lake Shkodra Resort aan het Shkodër meer. Een grote, ruim-opgezette camping met super sanitair. Er was zelfs een strandje met rieten parasols en ligbedden, maar bij nadere inspectie bleek dat strandje aangelegd en lag het niet eens aan het water! Via een lange houten steiger liep je over een stuk gras/algen/modder en kwam je bij een vlonder vanwaar je te water kon. Ondanks dat hebben we een paar heerlijke dagen gehad. We hadden een grote plaats onder rietmatten, dus goed beschut tegen de zon, want warm was het nog steeds. Er werd regen voorspeld, maar we moesten het doen met een paar druppels.


's Morgens al op tijd op de fiets naar Shkodër, zo'n 12 kilometer fietsen. In het centrum is een klein voetgangersgebied waar vlakbij een aantal prachtige bouwwerken staan zoals de Orthodoxe Christus Geboortekerk, de Katholieke Kathedraal en de Al Zamil-moskee. Deze gebouwen staan vlak bij elkaar als teken van gelijkheid van godsdienst. Men respecteert elkaar in het geloof, waarschijnlijk een uitvloeisel van de tijd waarin de verschillende geloven verboden waren. We werden overal heel vriendelijk ontvangen en mochten ook foto's maken. In de Orthodoxe kerk alleen als de priester zich omdraaide, zoals hij zelf zei, want eigenlijk mocht het niet.
Al wandelend door het centrum kwamen we ook diverse keren verkopers van tabak tegen. Zij zaten aan een tafeltje met een berg losse, gesneden tabak voor zich en proberen die zo te verkopen. Desgewenst met hulzen om filtersigaretten te maken. Er wordt in Albanië nog stevig gerookt! Ook zagen we vrouwen in de traditionele Malissorendracht.


We hadden op de camping een kaart gekocht van de stad maar dat werkte niet echt. De straatnamen zijn grotendeels veranderd maar alleen op de bordjes, niet op kaarten en in reisboeken. Lastig zoeken! Gelukkig willen mensen graag helpen, beginnen enthousiast met: "Can I help you?" en dan blijkt vervolgens dat dat de enige woorden Engels zijn die ze kennen. Gelukkig kom je met handen en voeten ook heel ver.
Omdat het alweer onze laatste dag in Albanië was en we nog geen Byrek gegeten hadden, hebben we dat nog maar even gedaan: Albanese broodjes met vlees, kaas, spinazie of yoghurt. Best lekker! Flesje met soort karnemelk er bij: lunch voor 1.00 euro!
Hoewel de diesel hier ronduit duur is (1.25 euro), de campings in vergelijking met Nederland redelijk goedkoop (+/- 15 euro) is het levensonderhoud echt goedkoop. Volle tassen boodschappen voor weinig geld.
We gaan eens kijken hoe het in Montenegro is. Rollen maar weer!