Week 3

 

Maandagochtend was het nog fris, maar volop zon! Lopend naar het dorp om fietsen te huren en vervolgens rondje Meer van Velence gefietst, ongeveer 30 km. De huurfietsen waren niet van Hollandse kwaliteit en het pad ging soms op en neer, dus het was aanpoten. Maar het werd lekker warm en met af en toe een prachtig uitzicht over het meer was het een mooie tocht. Aan het einde nog even langs de Lidl en terug naar de camping.

 

De volgende dag even stevig gebruik gemaakt van de wasmachine, wie weet hoe lang het duurt voor we dat gemak weer binnen handbereik hebben. Daarna zijn we naar het thermaalbad gegaan, naast de camping. Het eerste bad was een soort speelbad: met massagestralen, een glijbaan en een stuk met stroomversnelling. De temperatuur van het water was daar 29 tot 31 graden. Het volgende bad was een stuk warmer en zoals de thermaalbaden in Hongarije zijn: met betonnen banken langs de rand van het bad zodat je heerlijk ontspannen in het water kunt zitten. Gezwommen wordt er bijna niet. Binnen, in een mooie, met hout afgewerkte hal, was het derde bad en dat was heel warm. Zoals het soms moeite kost om in koud water door te komen, zo kostte het moeite om in deze warmte door te komen! Langzaam steeds een stukje verder en uiteindelijk rustig op een bank gaan zitten relaxen, heerlijk. Nog even de baden in omgekeerde volgorde om weer af te koelen en weer terug naar de camper.

Aan het einde van deze week worden we op de Bugacpuszta verwacht, dus gingen we vast die kant op. Bij Dunaföldvár vonden we een camping aan de Donau. Het zag er uit als buiten gebruik maar toen we ons op het lege veld geïnstalleerd hadden bleek dat er stroom en warm water was en na een tijdje kwam er zowaar een beheerder. Alles was zeer Oost-Europees, acceptabel maar zeer ongezellig. Het was maar voor één nachtje want de volgende morgen gingen we de brug over richting natuurgebied. Ten zuiden van Boedapest zijn er maar twee bruggen over de Donau: bij Dunaföldvár en in het zuiden van Hongarije, bij Baja. Dat betekent dat de weg die we volgden richting het oosten een belangrijke doorgaande weg is en daardoor was er, ondanks dat het een natuurgebied is, erg veel vrachtverkeer en dat op een smalle slechte tweebaansweg, daar word je niet blij van.

Bij Fülöpháza vonden we, na kilometers op een zandpad gereden te hebben, een camping bij een Gasthof. We waren weer de enige kampeerders, dus heerlijk rustig. Vanaf de camping maakten we met de eigenaar een tocht met paarden en wagen door de natuur. De meertjes die er volgens de kaart zouden moeten zijn, waren helemaal verdwenen door de enorme droogte en hoge temperaturen van vorig jaar (+50 graden!). De eigenaar, een Zwitser, vertelde niet alleen over de natuur maar ook over de situatie in Hongarije. Daar werden we ook niet echt blij van, een vrij negatief verhaal. Armoede, hypotheekrente tussen de 30 en 40%, en geen motivatie om te werken! Het toerisme holt achteruit. Dat viel ons de afgelopen dagen al op. We waren jaren geleden ook al in Hongarije maar merkten geen vooruitgang. Wegen, huizen en campings slecht onderhouden en weinig toeristen, geen positief beeld, helaas. En volgens de eigenaar is er geen uitzicht op verbetering.

 

Vrijdagochtend naar Kecskemet waar we heerlijk rondgewandeld hebben. Veel mooie kerken, een voormalige synagoge en meer prachtige gebouwen, en natuurlijk ook nog gezellig op een terrasje gezeten. Daarna via binnenwegen naar Kiskörös waar we weer op een thermaalcamping terecht kwamen. Deze gezellige camping was goed bezet, en we konden zo de baden in! Sommige heerlijk om te zwemmen en twee met heel warm ijzerhoudend water: het stinkt en ziet er vies uit, maar het schijnt ergens goed voor te zijn. We hebben er twee dagen gebruik van gemaakt en verder vooral in de zon gezeten: eindelijk zomer!

 

We zitten hier in de buurt van de camping waar we de andere deelnemers van de Turkse reis gaan ontmoeten, dus maandag gaan we echt kilometers maken. Nu nog maar even relaxen!